U bent hier:

  1. Begrippen

Begrippen

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | Y | Z
Alt-tekst

Zie alternatieve tekst.

Alternatieve tekst

Een dergelijke tekst is van belang voor bezoekers die de afbeeldingen niet zien, zoals blinden en zoek-spiders.

Animated GIF

Reeks plaatjes in één GIF bestand die, achter elkaar afgespeeld, een animatie tonen. Zie GIF.

Apache

De meest gebruikte en gratis verspreide serversoftware. Apache draait op het Unix besturingssysteem, maar is ook verkrijgbaar voor Windows en Mac OS X. Apache is Open Source software.

ASCII

Afkorting van American Standard Code for Information Interchange. Een tekenset van 128 tekens in een 7-bit codering. Vrijwel iedere computer kan bestanden lezen die opgesteld zijn in deze tekenset.

ASP

Afkorting van Active Server Pages. Microsoft programmeertaal voor het dynamisch genereren van HTML pagina’s. ASP kan, net als PHP, tussen de HTML code in een document geschreven worden. Bij het opvragen van een pagina wordt deze code op de server uitgevoerd waarna het resultaat naar de webbrowser gestuurd wordt. ASP is geen open standaard.

Attribuut

Bouwsteen van een markup taal. Een attribuut wordt toegepast op de begin-tag van een element en bevat complementaire informatie voor het element. In de markup taal HTML zijn bepaalde attributen op sommige elementen verplicht te gebruiken.

Bookmarks

Wanneer de bezoeker van een website het adres van de website wil opslaan voor een later bezoek, plaatst de bezoeker deze in een bookmark in zijn webbrowser. Bookmarks worden in Microsoft browsers Favorieten (favorites) genoemd.

Browser

Zie webbrowser.

Cache

Extra, snel aanspreekbaar geheugen, bedoeld voor het opslaan van veelgebruikte informatie, waardoor deze sneller beschikbaar is. Webbrowsers hebben een cache-geheugen waarin ze webdocumenten (pagina’s, afbeeldingen, enzovoort) opslaan.

Cascading Style Sheets

Client-side technologie voor het specificeren van regels voor de vormgeving van websites. Vaak afgekort als CSS. CSS wordt door moderne webbrowsers ondersteund, maar is door gebruikers uit te schakelen of te overschrijven.

Character encoding

Zie karaktercodering.

CIR

Zie CSS Image Replacement.

Client-side

Aan de kant van de client: de webbrowser, zoek-spider of ander programma dat het document opvraagt. Client-side internettechnologie is voor webontwikkelaars van nature onvoorspelbaar, omdat gebruikers van webbrowsers deze technologie in het programma kunnen uitschakelen of omdat er geen ondersteuning voor is. Websites produceren die afhankelijk zijn van client-side technologie wordt over het algemeen als bad practice beschouwd.

Voorbeelden van clients-side internettechnologiën zijn ECMAScript, JavaScript, JScript, VBScript, Java Applets, ActiveX, CSS en Cookies. In een bredere context kunnen ook afbeeldingen als optionele technologie worden gezien.

De tegenhanger van client-side is server-side, technologie aan de kant van de webserver, waar de webontwikkelaar wel overzicht en controle over heeft.

Client-side script

Client-side script is de term voor programmaroutines die worden uitgevoerd aan de kant van de client: de webbrowser van de bezoeker. Voorbeelden van client-side scripttalen zijn ECMAScript, Netscape Communications’s JavaScript, Microsoft’s JScript en VBScript. Zie ook client-side.

Content

De aangeboden informatie – de inhoud – van een website.

Contentbeheerder

De persoon die de inhoud van een website beheert.

Content Management System

Een systeem voor het beheer van de inhoud van een website. Vaak afgekort tot CMS. Er zijn letterlijk honderden systemen verkrijgbaar van minstens evenveel aanbieders. Veel systemen zijn web-based, wat betekent dat ze vanaf overal benaderbaar zijn via een webbrowser.

Cookies

Technologie die een webserver in staat stelt om beperkte informatie op te slaan op de computer van een bezoeker. Deze informatie – een cookie – wordt bij ieder volgend verzoek van de browser aan de webserver door de server gelezen. Cookies worden gebruikt om de bezoeker van een site te identificeren. Ze kunnen informatie bevatten als datum en tijd van het bezoek, gebruikersnamen of door de bezoeker gekozen instellingen voor de betreffende website. Moderne webbrowsers bieden de gebruiker de mogelijkheid om ondersteuning voor cookies geheel of gedeelteijk uit te schakelen, vanwege bijvoorbeeld een behoefte aan privacy.

CMS

Zie Content Management System.

CSS

Zie Cascading Style Sheets.

CSS Image Replacement

Populaire techniek bij webontwikkelaars voor het vormgeven van websites met Cascading Style Sheets. Deze techniek bestaat uit het verbergen van gewone tekst in een HTML document en deze door een achtergrondafbeelding te laten vervangen via CSS. Er zijn verschillende varianten van deze techniek ontwikkeld, zoals Fahrner Image Replacement (FIR).

Databank

Zie database.

Database

Electronische collectie van gegevens, gericht op het snel een flexibel achterhalen van informatie. Databases zijn er in verschillende soorten en maten, gebaseerd op verschillende structuren voor specifieke toepassingen.

Voorbeelden van Open Source database software voor toepassing op websites zijn SQL, MySQL en PostgreSQL. Oracle en Microsoft Access zijn voorbeelden van database-software die niet Open Source zijn.

DCMI

Dublin Core Metadata Initiative. Zie meta-informatie.

DocType

Elk HTML document dient te beginnen met een zogenaamde Document Type Declaration (kortweg DocType genoemd); deze declaratie verklaart aan webbrowsers en markup validators welke versie van HTML of XHTML wordt gebruikt en legt een link naar een Document Type Definition (DTD) waarin de grammatica voor de markup taal wordt gespecificeerd.

Document Object Model

De W3C Document Object Model (DOM) is een standaard voor het beschrijven van de hiërarchie van XML en HTML elementen in het geheugen van de webbrowser. Het is vergelijkbaar met een boommodel. DOM geeft client-side scripttalen, zoals ECMAScript, de mogelijkheid om deze elementen en de vormgeving ervan te manipuleren.

Document Type Declaration

Zie DocType.

Document Type Description

Zie DocType.

DTD

Document Type Description. Zie DocType.

DOM

Zie Document Object Model.

Dublin Core

Zie meta-informatie.

ECMA

ECMA staat voor European Computer Manufacturers Association en is een organisatie van bedrijven die standaarden in de informatie- en communicatietechnologie nastreven, in samenwerking met organisaties als het ISO (International Organization for Standardization) en het ETSI (European Telecommunications Standards Institute).

ECMAScript

ECMAScript is een standaard voor een client-side scripttaal, gecombineerd uit elementen van Netscape Communications’s JavaScript en Microsoft’s Jscript. Een groot deel van ECMAScript centreert om manipulatie van de Document Object Model.

Element

Bouwsteen van een markup taal. Een element bestaat uit tags – een begin- en sluit-tag – die de inhoud waarop het element is toegepast omsluiten. Bijvoorbeeld <em>Let op!</em>. In de markup taal HTML hebben sommige elementen slechts een begin-tag. Voor enkele andere elementen is het gebruik van de sluit-tag optioneel.

De begin-tag van een element kan attributen bevatten.

Favorieten

Zie Bookmarks.

FIR

Fahrner Image Replacement. Zie CSS Image Replacement.

Flash

Een client-side technologie voor animaties en interactieve effecten, ontwikkeld door Macromedia.

Frames

Een techniek om meerdere pagina’s binnen één browservenster te presenteren. In het venster worden binnen een speciale pagina – de zogenaamde frameset – secties gereserveerd waarin afzonderlijke pagina’s worden geladen.

FTP

File Transfer Protocol, serie regels, vergelijkbaar met HTTP, gericht op het transporteren van digitale bestanden.

GIF

Afkorting voor Graphics Interchange Format, een bestandssoort speciaal voor afbeeldingen, ontwikkeld door Compuserve. Het GIF bestandsformaat maakt gebruik van een compressiemethode die de bestandsomvang van de afbeelding drastisch verkleint zonder de kwaliteit van de afbeelding aan te tasten (lossless compression). Het GIF bestandsformaat is met name geschikt voor gestileerde afbeeldingen en afbeeldingen zonder fotografisch detail.

Graphical User Interface

Een grafisch controle-paneel of scherm dat de gebruiker de mogelijkheid geeft de achterliggende technologie te gebruiken. Dit kan in de vorm van bijvoorbeeld vensters, knoppen en tabbladen. Besturingssystemen als Windows en Mac OS X zijn voorbeelden van een Graphical User Interface. Meestal afgekort als GUI.

GUI

Zie Graphical User Interface.

HTML

Afkorting voor Hyper Text Markup Language. Markup taal waarmee webpagina’s worden gestructureerd. HTML is ontwikkeld als een platformonafhankelijke taal, zodat informatie door iedere computer gelezen kan worden.

HTTP

Afkorting voor Hyper Text Transfer Protocol. Een set regels voor de communicatie tussen servers en client-side programma’s (zoals webbrowsers en e-mail applicaties) op het Internet.

HTTP header

Een kort stukje meta-informatie die de server en het client-side programma met elkaar uitwisselen bij het opvragen van een webdocument volgens het HTTP protocol.

Hyperlinks vormen de draden in het Web; ze maken het mogelijk voor bezoekers van de ene pagina naar de andere te springen met het gemak van een muisklik. Links zijn er in allerlei kleuren en vormen, maar van origine is het uiterlijk van een link (in de meeste browsers) een afwijkend gekleurde tekst met een lijn eronder.

Hyper Text Markup Language

Zie HTML.

IETF

Afkorting voor Internet Engineering Task Force. Een internationale normalisatie organisatie, te beschouwen als bedenker van ontwikkelgereedschap voor het Internet. De IETF behandelt actuele (technische, economische en sociale) problemen met betrekking tot het gebruik en de exploitatie van het Internet.

Image map

Image maps zijn afbeeldingen waarvoor in de markup selecties zijn aangegeven die linken naar andere documenten. De bezoeker kan op deze selecties in de afbeelding klikken om de links te volgen.

Internet

Afkorting voor International Network. Wereldomvattend netwerk van honderdduizenden met elkaar verbonden computers en computernetwerken via telefoon- en/of datalijnen. In principe voor iedereen bereikbaar. Kenmerkend is de decentralisatie van het netwerk: er is geen centrale computer die het netwerk aanstuurt.

JPEG

Afkorting voor Joint Photographic Experts Group. Bestandsformaat voor afbeeldingen. Kenmerkend voor het JPEG bestandsformaat is dat de compressie de beeldkwaliteit verslechterd. Het JPEG bestandsformaat is zeer geschikt voor fotografische afbeeldingen.

Karaktercodering

Karaktercodering (character encoding) is een term voor een mechanisme dat achter de schermen van vrijwel ieder digitaal document plaatsvindt en een computer vertelt uit welke karakters (letters, cijfers, punctuatietekens, enzovoort) een document is opgebouwd: bytes worden vertaald naar karakters en andersom.

Lay-out

Met betrekking tot webpagina’s, de visuele plaatsing van pagina-elementen in het browservenster.

Door webontwikkelaars worden veelal tabellen gebruikt voor het realiseren van de lay-out van een website. CSS is een gunstiger alternatief.

Link

Zie hyperlink.

Linkrot

Het verschijnsel dat hyperlinks voor een bezoeker doodlopen, doordat ze verwijzen naar niet (meer) bestaande internetadressen.

Lynx

Webbrowser, oorspronkelijk voor het Unix besturingssysteem. Lynx is een voorbeeld van een zogenaamde tekst-browser. Lynx geeft alleen (ongestijlde) tekst weer en geen afbeeldingen. Lynx is een ideaal hulpmiddel voor webontwikkelaars om te controleren hoe zoek-spiders en spraakbrowsers hun website interpreteren.

Markup

Zie markup taal.

Markup taal

Markup is een verzamelnaam voor talen die dienen om de inhoud van tekstdocumenten te structureren. Voorbeelden van markup talen zijn HTML en XML.

De basis van een markup taal bestaat uit elementen en attributen.

Markup validator

Programma’s voor het evalueren van de markup van documenten – zoals de HTML in webpagina’s. Een markup validator kan vaak controleren of een webpagina voldoet aan markup richtlijnen van het W3C. Een aantal validators zijn online beschikbaar voor gebruik, zoals de W3C Markup Validation Service. Ook zijn er validators die gericht zijn op het beperkt controleren van toegankelijkheidsaspecten, zoals Bobby of Cynthia Says.

Metadata

Zie meta-informatie.

Meta-informatie

Meta-informatie (metadata) is informatie die iets vertelt over andere informatie. Zo vertelt bijvoorbeeld een webserver de webbrowser via een HTTP header wat de laatste wijzigingsdatum van een opgevraagde webpagina is. Een ander voorbeeld is het gebruik van meta-informatie in de HTML broncode van webpagina’s voor informatie over de auteur of een samenvatting van de pagina. Deze informatie kan worden gebruikt door bijvoorbeeld zoekmachines. Een populaire standaard voor meta-informatie is het Dublin Core Metadata Initiative (DCMI).

Meta-refresh

Client-side methode voor het automatisch verversen of doorverwijzen van een webpagina. De term is afgeleid van een variant van het zogenaamde meta element dat in de HTML broncode van een pagina wordt geplaatst: zie metatag.

Metatag

Jargon voor de instantie van een meta element in de HTML broncode van een webpagina. Dit element bevat meta-informatie over het document.

MIME

Afkorting voor Multipurpose Internet Mail Extensions. Het MIME-type van een bestand schrijft voor welk soort bestand het is. Op basis hiervan maakt een webbrowser een besluit over wat te doen tijdens en na het downloaden van het bestand. De gebruiker kan zijn browser instrueren wat te doen met bestanden van een bepaalde soort.

MIME-type

Zie MIME.

Microsoft

De grootste softwarefabrikant ter wereld. Microsoft werd in 1975 opgericht door Bill Gates en Paul Allen. Oprichter Bill Gates verkocht zijn besturingsprogramma DOS aan IBM en behield daarbij de rechten ervan. Hierdoor kon Microsoft uitgroeien tot de belangrijkste softwarefabrikant. Microsoft is de uitgever van onder andere het populaire Windows besturingssysteem en de Internet Explorer webbrowser.

Netscape Communications

De grondlegger van Netscape Communications is Marc Andreessen. Hij richtte samen met zijn vriend James Clark het bedrijf op. Het bekendste is de webbrowser die het bedrijf uitbracht. De naam Netscape is een samenvoeging van internet en landscape (landschap).

Open Source

Term voor software waarvan de bron open staat ter implementatie en modificatie en waarvan de rechten voor het gebruik geen personen of groepen uitsluiten. Dit betekent niet automatisch dat Open Source software gratis is.

Open Source software biedt een garantie voor open standaarden.

Open standaarden

Een open standaard is een standaard die voldoet aan de volgende eisen:

  • De standaarden worden op basis van een open beslissingsprocedure (consensus of meerderheidsbeslissing, etc.) vastgesteld.
  • Het beheer van de standaard ligt bij een not-for-profit organisatie die een volledig vrij toetredingsbeleid kent.
  • De standaarden zijn gepubliceerd.
  • De kosten voor het gebruik van de standaard zijn laag en vormen geen drempel voor toegang tot de standaard. Eventueel aanwezig intellectueel eigendom dat aan een open standaard ten grondslag ligt, wordt royalty-free ter beschikking gesteld.
  • Er zijn geen beperkende voorwaarden omtrent het hergebruik van een standaard.

(Bron: OSOSS)

Optionele technologie

Zie client-side.

Palmtop

Persoonlijke handcomputer. Zie PDA.

PDA

Afkorting voor Personal Digital Assistant; persoonlijke handcomputer. Ook wel palmtop genoemd. PDA’s beschikken steeds vaker over de mogelijkheid tot toegang tot het Internet via e-mail en een webbrowser. Fabrikant van PDA’s is onder andere Palm.

PDF

Afkorting voor Portable Document Format, een bestandsformaat voor tekstdocumenten, ontwikkeld door Adobe.

PHP

Oorspronkelijk een afkorting voor Personal Home Page, vanwege de PHP-tools, later werd de alternatieve, iteratieve afkorting PHP Hypertext Preprocessor, oftewel: PHP; een server-side programmeertaal voor het dynamisch genereren van HTML pagina’s. PHP kan, net als ASP, tussen de HTML code in een document geschreven worden. Bij het opvragen van een pagina wordt deze code op de server uitgevoerd waarna het resultaat naar de webbrowser gestuurd wordt. PHP is een voorbeeld van een Open Source product. PHP is een open standaard.

PNG

Afkorting voor Portable Network Graphics. Techniek om grafische bestanden in omvang te verkleinen (compressie). Het is de tegenhanger van GIF, maar PNG (spreek uit: ping) is rechten- en patentvrij. PNG is in veel opzichten beter dan GIF: betere compressie, betere ondersteuning van grijswaarden, meer kleuren mogelijk enzovoort.

Portable Document Format

Zie PDF.

Protocol

Regels en afspraken over de manier waarop iets gedaan moet worden. Met betrekking tot het Internet, alles waaraan twee computers zich moeten houden als ze met elkaar willen communiceren. Bijvoorbeeld tussen terminal en computer of tussen randapparaat en computer.

Portable Network Graphics

Zie PNG.

Really Simple Syndication

Zie RSS.

Rich Site Summary

Zie RSS.

RSS

Afkorting voor Rich Site Summary of Really Simple Syndication. RSS is een toepassing van de markup taal XML. RSS maakt het mogelijk om eenvoudig op de hoogte te blijven van updates op websites die een RSS feed aanbieden – een bondig overzicht van de nieuwste inhoud op de site. Met behulp van een applicatie die deze RSS feeds kan lezen – een RSS reader – kan men deze informatie lezen.

RTF

Afkorting voor Rich Text Format. Bestandsformaat voor tekst die opmaakcodes bevat voor tekststijlen. Rich Text kan door vele tekstverwerkers gelezen worden. Van oorsprong een Microsoft bestandsformaat.

Screenreader

Speciaal programma dat gebruikt wordt door onder andere mensen met een visuele handicap. De screenreader leest de informatie van het computerscherm en maakt deze toegankelijk voor programma’s die informatie vertalen naar spraak of braille.

Script

Een combinatie van computeropdrachten in een bestand. Voorbeelden van client-side scripttalen zijn ECMAScript en JavaScript. Server-side scripttalen zijn onder andere PHP en ASP.

Server-side

Aan de kant van de server, de webserver. Server-side technologiën – zoals PHP, ASP, SSI en Perl – staan, in tegenstelling tot client-side technologiën, onder toezicht en controle van de webontwikkelaar en zijn daardoor betrouwbaarder toe te passen dan client-side technologiën.

Sessies

Sessies zijn een methode om bezoekers van websites gedurende hun bezoek te identificeren. Sessies maken in eerste instantie gebruik van cookies en, wanneer cookies niet ondersteund worden, in tweede instantie van een gemodificeerde URL.

Spam

Ongewenste, vaak commerciëel getinte e-mail. De officiële term is UCE (Unsollicited Commercial E-mail). Soms worden grote hoeveelheden e-mail op nieuwsgroepen geplaatst. De term spam is ontleend aan ingeblikt vlees, bestaande uit ham en varkensvlees: Shoulder Pork and Ham. Het was een vinding van G.A. Hormel (1860-1946) en werd vooral gebruikt door soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Spider

Een programma dat over het internet ‘kruipt’ op zoek naar nieuwe, openbaar toegankelijke bronnen, zoals WWW documenten en bestanden in FTP archieven. Ook wel wanderer, crawler of ant genoemd. Spiders zijn noodzakelijk vanwege de enorme groei van het informatie-aanbod. Populaire zoekmachines zoals Google en Altavista hebben hun eigen spiders om webpagina’s te indexeren voor hun zoekbestand.

SSI

Afkorting voor Server Side Include. Een eenvoudige server-side programmeertaal die het mogelijk maakt HTML documenten in andere in te sluiten. Zo kan een bestand een menu bevatten dat op iedere pagina via SSI wordt ingesloten.

Tabellen

Een tabel is een verzameling informatie opgedeeld in cellen. Deze cellen zijn verdeeld over rijen en kolommen waarin de relatie tussen de individuele cellen duidelijk wordt. Op het Web worden tabellen gebruikt voor dezelfde doeleinden als in andere media, het relationeel weergeven van informatie. Daarnaast zijn tabellen mateloos populair voor het realiseren van de lay-out van websites.

Tag

Fragment van een markup element. Tags omsluiten tekst en vormen daarmee samen een element. Voorbeelden van tags zijn <a>, </table> en <div>. Tags worden soms ook wel labels genoemd.

Thumbnail

Miniatuurafbeelding (ter grootte van een duimnagel of postzegel) die meestal doorlinkt naar een vergroote versie van de afbeelding.

URL

Afkorting voor Uniform Resource Locator. Standaard voor het adresseren van documenten op Internet. Een URL – een Internetadres – ziet er bijvoorbeeld als volgt uit: http://www.yahoo.com/.

Validator

Zie markup validator.

W3C

Acroniem voor World Wide Web Consortium. Organisatie die in 1994 is opgericht door Tim Berners-Lee. Een van de doelstellingen van het W3C is het bereiken van overeenkomsten over (toekomstige) standaarden op Internet. Het W3C is neutraal. Alle grote spelers op het gebied van Internet zijn erbij betrokken; te denken aan Netscape Communications, Microsoft, Sun Microsystems, IBM, Adobe Systems, Hewlett Packard en Novell.

WAI

Afkorting voor Web Accessibility Initiative, een werkgroep van het W3C die richtlijnen uitbrengt voor toegankelijkheid op het Web. Een voorbeeld van deze richtlijnen is de WCAG (Web Content Accessibility Guidelines).

WCAG

De afkorting voor Web Content Accessibility Guidelines, richtlijnen die door het WAI (Web Accessibility Initiative) zijn opgesteld met betrekking tot toegankelijkheid voor het web. De WCAG concentreert zich op toegankelijkheid voor webpagina’s.

Kenmerkend voor WCAG versie 1.0 zijn de drie prioriteiten met elk hun eigen set richtlijnen waaraan webontwikkelaars en contentbeheerders kunnen voldoen. Een tweede versie van deze serie richtlijnen is momenteel in ontwikkeling.

In de richtlijnen in de handleiding op deze website zijn richtlijnen uit WCAG 1.0 prioriteit 1 en prioriteit 2 als uitgangspunt genomen. Toegankelijkheidsinitiatieven zoals het Waarmerkdrempelvrij.nl hanteren de richtlijnen uit WCAG 1.0 prioriteit 1.

Webbrowser

Programma waarmee webpagina’s bekeken kunnen worden. De browser zet HTML pagina’s om in leesbare tekst, laadt en toont afbeeldingen en multimediabestanden.

Er zijn diverse grafische browsers (veelal gratis) beschikbaar, zoals Netscape Navigator, Mozilla, Opera, Microsoft Internet Explorer en Safari. Ook zijn er browsers die slechts tekst weergeven, zoals Lynx, browsers speciaal voor mobiele telefoons en PDA’s of browsers die webpagina’s omzetten naar spraak of braille.

Webontwikkelaar

Persoon die een website bouwt of samenstelt, veelal op het technische vlak.

Webserver

Informatieleverende computer. Een webserver is met Internet verbonden en serveert op verzoek documenten aan zogenaamde clients: bijvoorbeeld webbrowsers en spiders. Op een webserver worden vaak meerdere websites beheerd.

World Wide Web

Zie WWW.

World Wide Web Consortium

Zie W3C.

WWW

Afkorting voor World Wide Web. Onderdeel van het Internet waarbinnen webpagina’s met elkaar in verbinding staan via zogenaamde hyperlinks. Het WWW kan gebruikt worden via een webbrowser. Het WWW is in gebruik sinds 1991 en bedacht door Tim-Berners Lee. Eerst was alle informatie gebaseerd op tekst, later werden ook afbeeldingen, geluid en video mogelijk.

XHTML

Afkorting voor Extensible Hyper Text Markup Language, een platformonafhankelijke markup taal die een herformulering is van HTML volgens de regels van XML.

XML

Afkorting voor Extensible Markup Language. Een platformonafhankelijke markup taal voor het specificeren van andere markup talen. Voorbeelden van toepassingen van XML zijn XHTML en RSS.

Zip

Populair bestandsformaat voor de bundeling en compressie van bestanden.

Zoekmachine

Term voor een programma of service die informatie op een netwerk of computer indexeert en op verzoek doorzoekt naar specifieke termen die door gebruikers van de zoekmachine worden opgegeven. Zoekmachines die de ongekende hoeveelheid informatie op het Internet doorzoeken – bijvoorbeeld Google en Altavista – zijn zeer populair bij internetgebruikers.

Zoek-spider

Zoekmachines op het Internet gebruiken zogenaamde zoek-spiders voor het indexeren van webpagina’s: programma’s die webpagina’s doorlezen, de inhoud analyseren, beoordelen en opnemen in een database. Zie ook spiders.

Attentie

Deze website wordt niet meer bijgewerkt, ga naar www.webrichtlijnen.nl.


 Webrichtlijnen versie 1.3, november 2007.